Voorzetsel betekenis

Maar deze talen kenden ook al voorzetsels die altijd een naamval "regeerden" waarvan de functie min of meer samenviel met die van de voorzetsels ( bijvoorbeeld Latijn ab urbe (van de stad vandaan). De naamvalsvorm urbe, de ablativus, had ook op zichzelf al onder meer de betekenis van "verwijdering". Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen. Het geeft een bepaalde relatie aan (vaak in ruimte of tijd) tegenover datgene waarnaar het volgende zelfstandig naamwoord verwijst.

Je hebt gezocht op het woord: voorzetsel. Voorbeeld:in de kast, tegenover op de kast. De meeste voorzetsels doelen op een plaats, zoals bij, door, in. Een voorzetsel wordt niet verbogen (verandert niet van vorm).

Vorige week besprak ik wat stijlkwesties zijn. Ik verdeelde de kwesties in twee categorieën: op woordniveau en op zinsniveau. Vandaag behandel ik een aantal stijlkwesties op woordniveau. Het zal vandaag gaan om de contaminaties, verkeerde voorzetsels, woorden die een andere betekenis hebben dan.

Voorzetsel betekenis

Een aantal werkwoorden of werkwoordelijk uitdrukkingen wordt verbonden met een zogenaamd vast voorzetsel, bijvoorbeeld: belang hechten aan, grenzen aan, afrekenen met, snakken naar, wachten op, bestand zijn tegen. Het is soms onduidelijk wat precies een vast voorzetsel is. Dat wordt met het volgende voorbeeld. Voorzetsels geven de relatie aan tussen twee elementen in de zin. In zulke talen is het vaak de combinatie van een voorzetsel en een naamval die de precieze betekenis vastlegt. Als de crisis van de metafysica toelaat te spreken van een einde van de metafysica, dan zegt ze dat de metafysica tot op heden slechts een afgeleide mogelijkheid van de accusatieve verbuiging van het meta- voorzetsel heeft ontwikkeld.

De betekenis van boven is inderdaad slechts een afgeleide betekenis van de talrijke. In dezelfde lijn ligt een wat meer dynamische interpretatie, waarbij het voorzetsel eerder een richting aangeeft dan een min of meer nauwkeurig in de ruimte afgebakende zone. Al komt een dergelijke lectuur van het voorzetsel mij. Ik zie een zinsdeel in de zin staan, dat begint met het voorzetsel voor. Ik ga berekenen hoe dat zinsdeel moet heten. Ik kan het voorzetsel voor vervangen door een ander voorzetsel, zonder dat de betekenis van het zinsdeel verandert. Over het algemeen kunnen voorzetsels ook als voorvoegsel van een werkwoord voorkomen. Bei dem Bäcker kann man Brot kaufen.

Bij de bakker kan men brood kopen. Ich habe das von einem Mann bekommen.

Voorzetsel betekenis

Een werkwoord met een vast of noodzakelijk voorzetsel herken je door de betekenis van het betreffende werkwoord MET voorzetsel te vergelijken met de betekenis van het werkwoord ZONDER dat voorzetsel. Als die twee betekenissen van elkaar verschillen, betekent dat dus dat het voorzetsel wel erg belangrijk is voor de. Een VZ is een woord dat je voor een woordgroep als “de kast” kunt zetten: ¡ in de kast;. Sommige werkwoorden hebben een vast voorzetsel bij zich.

Het werkwoord en dat voorzetsel vormen één betekenis. De voorzetsels in de volgende zinnen hebben een letterlijke betekenis. Je kunt ze gebruiken als je over tastbare dingen praat, zoals dozen, huizen en tafels. In principe is van werkwoorden met een verwante betekenis alleen het werkwoord met een min of meer algemene of neutrale betekenis of gebruikswaarde opgenomen (bijv. wel neerkijken op en spreken over, maar niet neerzien op, kletsen over, praten over enz.). Dort wohnen wir bei unseren Freunden.

Seit einem Jahr habe ich einen iPad. Dit deel van de website gaat over voorzetsels. In combinatie met werkwoorden kan een voorzetsel een speciale betekenis krijgen. Men zou ze kunnen omschrijven als gevallen waarbij het syntagma uniek is, d. Ik denk aan gevallen als over dag, over het algemeen, met iemand over weg zijn (= samen eenzelfde weg maken), er veel over.

Hieronder volgt een schema van een aantal veelgebruikte voorzetseluitdrukkingen en hun betekenis. Maar wanneer gebruik je nou welk voorzetsel in combinatie met welk werkwoord? Het woord richting kan als voorzetsel gebruikt worden. Dat gebruik van richting komt vaker voor i. Het gaat dan om een vaste uitdrukking.

Je kunt niet zomaar een andere voorzetsel er voor in de plaats zetten. Neem bijvoorbeeld de vaste uitdrukking: verlangen naar.