Vaste stof waarvan de dichtheid groter is dan die van water

Spring naar Dichtheid – Sommige vaste stoffen drijven op water, andere zinken. Dit heeft te maken met de dichtheid. De stof zinkt dan niet, maar gaat ook niet drijven. Is de dichtheid van bijvoorbeeld een vloeistof gelijk aan de vast stof die in de vloeistof zit dan gaat de vaste stof zweven. Dichtheid Bij normale stoffen is de afstand tussen de moleculen in vloeibare fase is iets groter dan in vaste fase. De dichtheid van een vloeistof kleiner is dan.

Vaste stof waarvan de dichtheid groter is dan die van water

Voor gassen geldt: hoe hoger de temperatuur, des te kleiner is de oplosbaarheid. Samenvatting scheikunde hfst 2. Paragraaf 2 – Vier bijzondere watereigenschappen : o Dichtheid : bij ijs is de dichtheid kleiner dan dat bij water. Bij andere stoffen heeft de vaste stof een grotere dichtheid dan bij een vloeibare stof. Soortelijke warmte: water heeft veel warmte nodig om het een graad. Voor de zekerheid: De meeste van de vloeistoffen uit dat tabelletje met een grotere dichtheid dan die van water, zijn wel gevaarlijk, of niet zomaar verkrijgbaar: kwik, dichloor (dichloormethaan), chloroform en tetra ( tetrachloormethaan). Salpeterzuur en zwavelzuur zijn wel verkrijgbaar, en het zijn ook.

Goud (denk aan… elke stof met een dichtheid groter dan die van water zal zinken (alle metalen). Nee, de afstand tussen gasmoleculen is doorgaans veel groter dan in een vloeistof. Hoe zou je bij een voorwerp dat een onregelmatige vorm heeft toch het volume kunnen bepalen? Zet bij de begrippen drijven, zinken en zweven achter de juiste zin. B Noem een vloeistof en een vaste stof waarvan de dichtheid kleiner is. C Noem een vloeistof en een vaste stof waarvan de dichtheid groter is.

D Geef aan welke van bovenstaande stoffen op het water zullen blijven. BLOK 2 – Mens en omgeving: stoffen en materialen Bij dit onderdeel besteden we aandacht aan: – stofeigenschappen – materialen – dichtheid – zinken, zweven of drijven – mengsels – aggregatietoestanden of fasen Stofeigenschappen Een stofeigenschap of materiaalconstante is een natuurkundige eigenschap eigen aan. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een. Door in plaats van in te krimpen (bevriezing) juist uit te zetten, wordt de soortelijke dichtheid van water tijdens de ijsvorming kleiner en dus lichter dan het water zelf. Dit is dan ook de reden dat het ijs erin blijft.

Dat is een gevolg van de opwaartse stuwkracht (de zogenaamde Archimedeskracht) die een voorwerp in een vloeistof ondervindt. Hoe groter de dichtheid, hoe groter die Archimedeskracht. Zo kun je met een eenvoudige hydrometer. Na het lezen van de eerdere antwoorden en je reacties is het nu wel voor mij duidelijk: je zoekt een vloeistof dat dunner is dan water (minder viskeus, dus), omdat je daar met minder weerstand in. Hoe kan het dat hout blijft drijven in water en steen niet? Dit zijn gegevens die we voor lief nemen. Dit betekent dat je moet weten hoe zwaar een voorwerp.

Ontbrekend: vaste Scheikunde overal – 2 ┬ž2. Waardoor is de afstand tussen de moleculen in een vloeibare fase meestal groter dan in de vaste fase? Waarom kan je zeggen dat van de meeste stoffen de dichtheid van.

Vaste stof waarvan de dichtheid groter is dan die van water

Sedimentatie vindt plaats ten gevolge van dichtheidsverschillen tussen vaste stof en vloeistof. De factor C geeft weer hoeveel maal de versnelling groter is dan de zwaartekracht. Water komt aan de buitenkant, de component met de grootste dichtheid gaat het verst naar buiten. Nee, want als je de centrifuge stopt vloeien beide stoffen weer naar het midden. Centrifugeren is niet geschikt voor het scheiden van twee vloeistoffen.

Bij kleine stukjes, want het contactoppervlak. Als een vaste stof overgaat naar vloeibare vorm, dan wordt normaal gesproken de dichtheid kleiner omdat de moleculen vrijer kunnen bewegen. Hetzelfde geld voor de overgang van vloeibaar naar gas. Hoe komt het dat de dichtheid van water in vaste vorm (ijs dus) dan kleiner is dan water in vloeibare. Ze zijn dan iets verder van elkaar.

Bij vloeistoffen en gassen gebeurt het zelfde: hoe hoger de temperatuur, hoe sneller de moleculen bewegen des te meer ruimte ze nodig hebben, hoe groter het volume van de stof wordt. Er zijn stoffen die uitzetten bij het stollen dit zijn de volgende water en ijzer, water zet uit als het.