Oplossend vermogen microscoop

De meest gebruikte microscoop is de lichtmicroscoop. Voor langere golven zoals infrarood (IR), microgolven en radiogolven zijn er beperkingen. Het probleem daar is het oplossend vermogen. Voor grotere golflengtes wordt dat vermogen steeds kleiner. Daarmee gaat het vermogen om kleine voorwerpen zichtbaar te. Microscopen kunnen verdeeld worden in: lichtmicroscopen en elektonenmicroscopen.

Oplossend vermogen microscoop

Er zijn diverse soorten lichtmicroscopen die.

Dat is feitelijk de clou van wat er met vergroten gebeurt en dat is ook precies wat het lenzenstelsel van microscopen doet. Met een gewone (transmissie) lichtmicroscoop kan een oplossend vermogen van ongeveer 0. Dat is ongeveer een factor 300 keer nauwkeuriger dan met een ongewapend oog. Wat we het liefst willen is dat het beeld de details laat zien, dit noemen we het oplossend vermogen, ook wel vermogen om 2 naast elkaar gelegen punten van elkaar te onderscheiden of de resolutie. Dit is ook de eigenschap waar je op moet letten bij een microscoop, niet de vergroting maar de resolutie! Het objectief vormt het beeld en is bepalend voor het scheidend vermogen. De waarnemer kijkt door een oculair naar het door het objectief gevormde beeld. Oculairs vergroten tussen de 5× en 20× (gebruikelijk is 7× of 10×).

Oplossend vermogen microscoop

Het oculair zit in de tubus van de microscoop, die aan het andere uiteinde voorzien is van een. Doordat versnelde elektronen een veel kleinere golflengte hebben dan fotonen kan de resolutie van een elektronenmicroscoop veel hoger zijn (beter dan 0,1 nm) dan die van een. Om olie-immersie te gebruiken heeft een microscoop een speciale lens nodig. Niet elke microscoop heeft deze mogelijkheid. Om deze lens te kunnen gebruiken moet er een druppeltje olie op het dekglaasje op.

Gewoon de golflengte van het licht delen door 2 om het oplossend of scheidend vermogen van een microscoop te bepalen is wel iets te optimistisch denk ik. In de praktijk dient men ook rekening te houden met de kwaliteit van de optische elementen. Het scheidend vermogen wordt soms oplossend vermogen genoemd. Het verband tussen de numerieke apertuur en het scheidend vermogen (l) wordt bij een microscoop uitgerust met een condensor bepaald door volgende formule: 0,61 ×. GGeen microscopie zonder onze ogen.

Niet alleen van microscopen maar ook van het menselijk oog is het oplos- send vermogen een uiterst belangrijke eigenschap. Het oplossend vermogen, beter scheidend vermogen, ook reso- lutie genoemd, is per definitie de afstand van twee punten die nog juist gescheiden kunnen. Lorentz is zoo goed geweest mij zijn denkbeelden omtrent het verband tusschen de beschouwingen van Helmholtz en van Abbe over de grenzen van het oplossend vermogen van microscopen mede te deelen. In aansluiting daaraan is Hoofdstuk VII bewerkt. V De aan het einde geplaatste vraagstukken. De vraag komt nu tot ons: hoe klein kan het detail wel zijn om in een microscoop nog te kunnen worden onderscheiden, of wel: waarvan hangt bet scheidend vermogen (ook wel het oplossend vermogen genoemd) van een microscoopobjectief af? Men zou kunnen denken, dat bij een sterkere vergroting het scheidend.

Een elektronenmicroscoop haalt overigens bij lange na niet deze resolutie omdat het oplossend vermogen wordt begrensd door de optica. Dit komt doordat obstakels die veel kleiner zijn dan de golflengte het golfpatroon nauwelijks verstoren. Wanneer dit met het blote oog niet mogelijk is, kunnen we gebruik maken van een microscoop of telescoop, die ook. Op die manier bouwde hij een microscoop die werkte op hetzelfde principe als de optische microscoop, maar die straling gebruikte met een kortere golflengte en dus een oplossend vermogen had dat.

Maar dat niet alleen, zijn microscoop zou ook nog een groot gezichtsveld hebben, sterke vergrotingen geven en een groot oplossend vermogen bezitten. Om de kleurschifting te bestrijden, verwerkte hij de combinatie van kroonen flintglas niet in het objectief, maar in het oculair. Nu heeft Abbe aangetoond, dat we juist een sterke vergroting krijgen, of dat het „ oplossend vermogen " van de microscoop zeer groot wordt, wanneer de opening van de bundel stralen, die op het objectief valt, zo groot mogelijk is. Om dit te bereiken wordt het dekglaasje, dat een dikte van 0,15 tot 0,2 mm heeft, bedekt met. Met licht- en elektronenmicroscopische technieken kunnen heden ten dage structuren worden afgebeeld met een oplossend vermogen van kleiner dan 0,2 micrometer (licht- microscopen ) resepctievelijk 1 nanometer (scanning microscopen ).